De belangrijkste verandering voor fokkers is:
Voor een nest met stamboom moet vooraf voldaan zijn aan de verplichte
gezondheidsonderzoeken die voor jouw ras gelden.
Dat betekent:
– de ouderdieren moeten vóór de dekking onderzocht zijn;
– de uitslagen moeten geregistreerd zijn bij de Raad van Beheer;
– de uitslagen moeten voldoen aan de foknormen voor het ras.
Wordt niet voldaan aan de foknormen?
Dan worden er geen stambomen afgegeven voor de pups.
Dat geldt ook wanneer helemaal niet getest is op een relevant screeningsonderzoek voor het ras.
En belangrijk: Dit geldt voor álle fokkers, dus ongeacht of je wel of niet lid bent van een rasvereniging.
Stap 1 – Kijk welke onderzoeken voor jouw ras verplicht zijn (website Raad van Beheer)
De Raad van Beheer publiceert per 1 juli welke onderzoeken per ras verplicht zijn.
Stap 2 – Laat de ouderdieren op tijd onderzoeken
De onderzoeken moeten vóór de dekking gedaan zijn.
Belangrijk:
– de uitslagen moeten geregistreerd zijn;
– de identiteit van de hond moet controleerbaar zijn;
– de uitslagen moeten vóór de dekdatum geregistreerd zijn bij de Raad van Beheer.
Stap 3 – Doe de dekaangifte
Bij de dekaangifte controleert de Raad van Beheer of:
– de verplichte onderzoeken aanwezig zijn;
– de uitslagen voldoen aan de foknormen;
– de gegevens controleerbaar zijn.
Stap 4 – Wel of geen stamboom
Wel voldaan? Dan kunnen stambomen worden afgegeven.
Niet voldaan? Dan worden geen stambomen afgegeven voor het nest.
Dat geldt dus bij een slechte uitslag, maar ook wanneer helemaal niet getest is op een
relevant onderzoek voor het ras.
Let op: Dit is een belangrijke verandering ten opzichte van vroeger.
Ook het gebruik van buitenlandse reuen blijft mogelijk.
Uitgangspunt is dat aantoonbaar rekening wordt gehouden met de gezondheidsrisico’s die voor het ras bekend zijn.
Dat betekent dat relevante gezondheidsonderzoeken uitgevoerd moeten zijn en dat de uitslagen controleerbaar en herleidbaar moeten zijn.
Onderzoeken en registratiesystemen kunnen per land verschillen.
Daarom kijkt de Raad van Beheer vooral naar:
– is de identiteit van de hond controleerbaar;
– is de uitslag herleidbaar naar die hond;
– en komt de uitslag uit een betrouwbare bron.
Belangrijk daarbij:
– chipnummer (of tatoeage) moet zichtbaar zijn;
– de uitslag moet gekoppeld zijn aan de juiste hond;
– de bron moet controleerbaar zijn (bijvoorbeeld dierenarts, officiële beoordelaar, kennelclub of erkend laboratorium).
Niet ieder land werkt met exact dezelfde protocollen of registratiesystemen als Nederland of de FCI. Daarom kunnen ook andere goed onderbouwde onderzoeksuitslagen of dierenartsverklaringen worden meegewogen wanneer een FCI-geprotocolleerd onderzoek ontbreekt of lokaal niet gebruikelijk is.
Het doel is niet om buitenlandse fokdieren uit te sluiten, maar om verantwoord en controleerbaar te kunnen fokken met behoud van genetische diversiteit.